Studies
Lager onderwijs
Vanaf het eerste kleuterklasje tot het vierde leerjaar ging ik naar school in de Rijksbasisschool in Machelen. Die was lekker dichtbij zodat ik al snel alleen naar school kon.
Dat schooltje was prima, maar mijn ouders vonden het niet fijn dat er elk jaar werd beloofd dat we frans zouden leren en dat er in werkelijkheid niks van terecht kwam. Gelukkig is mijn mama tweetalig opgevoed, zodat ik met haar frans kon oefenen. Maar na het vierde leerjaar vonden mijn ouders het wel genoeg. Ik veranderde van school.
Het vijfde en zesde leerjaar volgde ik in de basisschool te Schaarbeek. Dat was wel effe wennen. Plots moest ik 20 minuten met de bus gaan en vanaf de eerste dag kregen we frans dictee! Tot dan had ik altijd goede cijfers gehaald, maar dat eerste dictee was een ramp. In wiskunde daarintegen bleek ik een voorsprong te hebben zodat ik meer tijd kon spenderen aan frans en ik mijn achterstand kon wegwerken.
Wat trouwens goed is gelukt :)
Middelbaar onderwijs
Vermits er aan de lagere school in Schaarbeek ook een Middelbaar onderwijs verbonden was, was het logisch dat ik daar naartoe zou gaan. Een andere mogelijkheid was de middelbare school in Zaventem, maar dan zou het snel weer achteruit gaan met mijn Frans. Dus het werd de KAS (Konklijke Atheneum Schaarbeek. Later zou deze naam veranderen in KAEH (Koninklijk Atheneum Emmanuel Hiel)
In het lager onderwijs was het me altijd makkelijk af gegaan, zodus besloot ik latijn te volgen. Na twee jaar moest ik kiezen tussen Latijn wiskunde of Latijn Moderne Talen. Ik koos voor Latijn Wiskunde. Door de voorsprong die ik in de lagere school had opgebouwd was Wiskunde nooit een probleem en ik zou zelfs zeggen een lievelingsvak. Na weer eens 2 jaar, dus na het vierde middelbaar moest ik weer kiezen. Nu werd het wat moeilijker, Latijn ging niet meer zo lekker en als ik zou besluiten van het toch verder te doen zou ik geen biologie meer krijgen. Vermits mijn voorkeur steeds uit ging naar de wetenschappelijke vakken heb ik dan maar besloten te stoppen met Latijn en de richting Wiskunde-Wetenschappen te volgen. Toen had ik 8 uur wiskunde, 3 uur fysica, 2 uur biologie en 2 uur chemie per week.
Na nog eens twee jaar was ik dan klaar met het middelbaar. Dit was in 1995. Tijdens het laatste jaar vond ik een studie die ik wel wou volgen: Milieu Effecten Rapportage. Er was echter één probleempje. Die studie was een voortgezette opleiding en vereiste een universitaire vooropleiding.
Dus toen besloot ik dat ik eerst maar iets anders zou gaan doen. En dan iets waarmee ik later nog die MER opleiding kon volgen. Mijn eerste keus werd dan Burgelijk Scheikundig ingenieur. Aan deze opleiding gaat een toelatingsexaam wiskunde aan vooraf dat vijf dagen lang duurt. Aan dat toelatingsexaam begon ik aan, maar na twee dagen was me wel duidelijk dat het een hopeloze zaak was.
Blijkbaar was de wiskunde opleiding die ik had genoten niet voldoende om me aan dit exaam te wagen. Ik was in Schaarbeek naar school gegaan om frans te leren, dat was nu wel in orde, maar de wiskunde leed eronder. Na deze mislukte poging (en de extra lessen die eraan voorafgingen) had ik wel effe mijn buik vol van wiskunde. Toen ik dan een andere studierichting ging uitzoeken en ik nog twijfelde tussen Bio Ingenieur of Licentiaat Biologie was de keuze snel gemaakt: "ZO WEINIG MOGELIJK WISKUNDE". Dus begon ik in 1995 aan de studies tot licentiaat in de Biologie.
Licentiaat Biologie
Na 8 jaar in Schaarbeek op school te hebben gezeten besloot ik Biologie te gaan volgen in Leuven. Een niet zo logische keuze vermits de Vrije Universiteit Brussel op een paar kilometer van het KAEH lag. Al mijn medeleerlingen die aan een universiteit gingen verder studeren kozen voor de VUB en sommigen voor de ULB (Universitée Libre de Bruxelles) Studeren aan de Katholieke Universiteit Leuven had het voordeel dat ik op kot mocht. Het eerste jaar zat ik op Peda in het Gezellehuis. En het was er nog gezellig ook. Bij het woord peda denken de meesten aan strenge residenten, geen jongens op bezoek of sluitingsuur. Niks is minder waar. Ik zat dan wel op een verdieping waar enkel meisjes een kamer hadden, jongens kwamen er genoeg over de vloer.
Toen we na de tweede kandidatuur moesten kiezen of we Plantkunde of Dierkunde gingen verer studeren besloot ik Plantkunde te volgen. Hiervoor had ik 2 redenen. Ik vond "milieu" dichter bij Plantkunde staan dan bij Dierkunde en er gingen veel minder studenten Plantkunde volgen. (Het slaagpercentage ligt ook lager) Dat jaar werd ik ook Keukenverantwoordelijke van 3R (derde verdiep rechts), dat zou ik 2 jaar blijven. Het studeren tijdens dat jaar was niet zo'n succes, het uitgaan in Leuven bleek veel te leuk en de cursussen eigenlijk veel te saai. Dus het resultaat na tweede zit was dat ik niet geslaagd was, maar ik kon wel een IAJ (Individueel Aangeast Jaar) doen. Dat kwam erop neer dat ik bij de vakken waarvoor ik onvoldoende haalde, 4 vakken van de tweede licentie mocht doen. En vermits ik al het onderwerp van mijn eindwerk had gekozen kon ik daar al wat literatuur over lezen. Het gevolg daarvan was dat ik een minder zware tweede licentie tegemoet ging. Minder zwaar, omdat ik minder les had en ook minder exames moest afleggen in juni. Het meerendeel van de "vrije tijd" die daardoor ontstond werd echter besteed aan het maken van mijn eindwerk:
"Bepaling van luchtvervuiling in de omgeving van Leuven aan de hand van Korstmossen als indicator organisme op Populus"
Deze pagina zou heel lang worden als ik dit eindwerk uit de doeken zou doen, maar voor wie geïnteresseerd is, zet ik hier de samenvatting online.
Voortgezette opleiding tot Milieudeskundige
Nu ik het diploma van "Licentiate Biologie" op zak had kon ik eindelijk iets in de milieurichting gaan doen.
In Leuven was er een aanvullende opleiding "Milieubeheer-milieukunde. Maar ik 'k had gedurende het jaar vernomen dat de opleiding zeer theoretisch was, saai en het vaak neer kwam op dingen vanbuiten blokken.
Dit zag ik als bijkomende studie niet zitten, dus ging ik eens kijken op de website van de VUB, tenslotte was er 5 jaar eerder een studie MER. Die studie bestond ondertussen niet meer, maar ze was wel vervangen door de voortgezette opleiding tot Milieudeskundige.
Vermits de VUB de reputatie heeft om minder theoretisch te zijn dan de KUL, leek mij dit wel wat. En tot mijn grote vreugde kon je tijdens dat jaar ook in één keer het certificaat voor milieucoördinator A halen.
Dus daar ging ik dan voor een jaartje studeren aan de VUB. Ik bleef wel op kot in Leuven en ging met de trein op en af.
De opleiding bestond uit 4 modules:
- Een basis module
- Een module MER (Milieu Effect Rapportage)
- Een module Milieucoördintor
- Een module VR (Veiligheidsrapportage)
De eerste module was verplicht voor iedereen en verder moest je twee van de drie
modules volgen. Vermits deze opleiding ook voor werkende was, besloot ik dat ik wel de
tijd zou hebben voor alle modules.
Zo geschiedde.
|